«Дедушка, голубчик, сделай мне свисток».
«Дедушка, найди мне беленький грибок».
«Ты хотел мне нынче сказку рассказать».
«Посулил ты белку, дедушка, поймать».
— Ладно, ладно, детки, дайте только срок,
Будет вам и белка, будет и свисток!
Vieze liedjesZingt u even mee? ‘Een flinke boerenzoon zag op een dag in mei/ Een lief en aardig meisje dwalend in de wei/ Ze plukte daar Margrietjes, die bloeiden op ’t land/ Maar plotseling kwam er toen een bij/ en prikte in haar hand.’
En nu allemaal: ‘Als het gras twee kontjes hoog is, helahi, helahop/ Als het gras twee kontjes hoog is/ Meisjes pas dan heel goed op.’
Pikante liedjes – wie zingt ze nog? Annemieke Houben deed bij het Meertens Instituut in Amsterdam onderzoek naar obscuur liedmateriaal uit vroeger tijden. Ze stuitte op een onverwachte hoeveelheid erotische en obscene teksten uit de zeventiende en achttiende eeuw en besloot er een boek over te maken. Met 95 teksten, bijpassende illustraties, bronnen en in veel gevallen ook een aanduiding van de wijs waarop de teksten gezongen kunnen worden.
,,Er is de afgelopen jaren veel aandacht geweest voor de cultuur en economie in de zeventiende en achttiende eeuw”, stelt Houben in de inleiding van het fraai uitgegeven Vieze liedjes uit de zeventiende en achttiende eeuw. ,,Maar daarbij is de erotische cultuur gek genoeg vrijwel niet aan bod gekomen.”
Dat laatste is een beetje overdreven. Gerrit Komrij stelde tien jaar geleden een bundeltje samen met werk van zogenaamde drekpoëeten, achttiende-eeuwse dichters met een voorkeur voor onderwerpen waar een fatsoenlijk mens zijn neus voor ophaalde: stront en seks. En vlak voor de zomer verscheen het boek Seks, drugs en rock ’n roll in de Gouden Eeuw waarin Benjamin Roberts aandacht besteedt aan de losbandige jeugd in de zeventiende eeuw.
Met Vieze liedjes concentreert Houben zich op schunnige liedjes zoals die in de kroeg en op bruiloftsfeesten, maar ook tijdens picknicks werden gezongen. Door wie ze zijn geschreven weten we niet. Wat we wel weten is dat ze werden bewaard in liedboeken.
De schrijvers benaderden het thema van alle kanten. Van homoseksualiteit tot de huwelijksnacht, van incest tot geslachtsziekten – prostituees gebruikten ze om klanten te lokken. Sommige liedjes waren een en al fantasie, andere verwezen naar bestaande personen, veelal hoeren. Wat ze gemeen hebben is het vrolijk onbeschaamde.
De schrijvers maakten zich er niet van af, blijkt uit een klucht van een apotheker die zijn dienstmaagd bevruchtte. We pikken het lied op met de zesde strofe: ‘Ik ging terstond aan ’t stoten/ en ’t heeft ‘r niet verdroten;/ Zij zei: ‘Toe meester toe!’/ Ik zei: ‘Meisje ik word moe…’/ Zij zei: ‘Meester helpt toch mijn,/ ik zal u behulpzaam zijn.’/ En ik hield veel van haar/ en wij stieten met malkaar.’ Daarna volgen nog zeven strofen.
De handel in erotische teksten was opvallend openbaar. Bij haar onderzoek trof Houben in kranten advertenties aan, zoals voor De waare biegt van eene der bekendste hoeren te Amsterdam. Een paar maanden later gevolgd door de mededeling dat het boekje nagenoeg is uitverkocht en een nieuw deel in de maak is. Het boek zelf, mogelijk een soort 50 Tinten Gouden Eeuw, is niet overgeleverd.
Vroeger kon niet alles door de beugel, Houben ontdekte echter dat er nauwelijks werd opgetreden tegen het maken, kopen of zingen van obscene liedteksten. ,,Gedurende de zeventiende en achttiende eeuw bleven er veelvuldig waarschuwingen opduiken tegen het zingen en verspreiden van onkuise liedjes. Het mocht niet baten: ze bleven onverwijld populair.”
Toch raakten ze uit zwang, ergens in de negentiende eeuw. Waarom en waardoor, dat valt helaas buiten het bestek van dit boek, maar het zal met opleiding, welvaart en vooral deugd te maken hebben gehad.
Gelukkig zijn er archieven. Houben: ,,De vluchtigheid van hun onderwerpen, de anonimiteit van veel van hun niet altijd even begaafde makers en hun scabreuze toonzetting hebben tienduizenden liedjes een slapend en onopgemerkt bestaan bezorgd”, schrijft Houben. ,,En nu mogen wij ze wakker kussen. Dankzij grote digitaliseringprojecten zijn oude liedteksten en melodieën opeens binnen ieders handbereik.”
A1Santa Claus Is Coming To Town
Written-By – Haven Gillespie, J. Fred Coots
A2White Christmas
Written-By – Irving Berlin
A3Here Comes Santa Claus
Written-By – Gene Autry, Oakley Haldeman
A4Rudolph The Red-Nosed Reindeer
Written-By – Johnny Marks
A5I Saw Mommy Kissing Santa Claus
Written-By – Tommie Connor
A6Silver Bells
Written-By – Jay Livingston, Ray Evans
B1Jingle Bells
Arranged By – Crow, Hendren, Welch, Ratliff
B2Winter Wonderland
Written-By – Dick Smith , Felix Bernard
B3Jingle Bell Rock
Written-By – Jim Boothe, Joe Beal
B4May You Have A Happy New Year
Written-By – Leslie Welch
B5Let It Snow! Let It Snow! Let It Snow!
Written-By – Jule Styne, Sammy Cahn
B6Auld Lang Syne
Arranged By – Crow, Hendren, Welch, Ratliff Merry Christmas
The Mom and Dads were a Western-styled folk music group from Spokane, Washington that specialized in waltzes, polkas, and general easy listening.
The quartet, made up of one elderly woman and three middle-aged men, featured Doris Crow (June 17, 1905 – September 28, 1998) on piano, Quentin Ratliff (August 13, 1933 - January 25, 2013) on saxophone, Leslie Welch (February 2, 1912 – February 1, 1983) on accordion, and Harold Hendren (July 12, 1919 - September 9, 2008) on drums.
The band, which formed in the early 1950s, named itself after its main repertoire; "Music for Mom and Dad". In the early years of its history, the band was strictly a part-time endeavor with its members holding down more typical jobs during the week.
Most of the band's fame was in Canada, where they first gained fame when a disc jockey at a high-powered radio station in Great Falls, Montana played their first recording, The Ranger's Waltz, a song composed by Quentin Ratliff, the group's saxophonist. This broadcast carried into the Canadian province of Alberta, and they also gained a following in Australia.